Coachen op autonome motivatie: waarom regels niet werken
Cliënten die alleen regels volgen, vallen terug. Zo coach je op autonome motivatie en bouw je gedragsverandering die blijft, ook als jij er niet bent.
Wouter Middelbos
Cliënten die alleen regels volgen, vallen terug. Zo coach je op autonome motivatie en bouw je gedragsverandering die blijft, ook als jij er niet bent.
Wouter Middelbos
Je cliënt knikt, volgt je regels en verandert niets. En je had nog wel zulke goede tips gegeven om mee te nemen gedurende de week: Elke maaltijd een eiwitbron. 8.000 tot 10.000 stappen per dag. In de supermarkt alleen de buitenste schappen.
Prima afspraken. Alleen leert je cliënt er maar één ding van: regels opvolgen.
En dan komt het appje. "Waar zitten ook alweer eiwitten in?" "Mag fietsen ook als stappen tellen?" "Rijst ligt niet in de buitenste schappen, dus die mag niet?" Je cliënt kan niks beslissen zonder jou. Dat voelt misschien als betrokkenheid, maar het is het tegenovergestelde van goed coachen. Een cliënt die niet zonder je kan, heb je afhankelijk gemaakt. En afhankelijke cliënten vallen terug zodra jij wegvalt.
Er zit een groot verschil tussen een principe dat iemand begrijpt en een regel die is platgeslagen tot een instructie. "Eet elke maaltijd een eiwitbron" is een prima vuistregel, maar als je cliënt niet snapt waarom, heeft hij geen keuze geleerd. Hij heeft een opdracht gekregen.
Veel coaching draait onbewust om externe sturing. Wat mag ik eten? Hoeveel stappen moet ik zetten? Doe ik het goed? Wat moet ik nu? Zolang de antwoorden van jou komen, blijft je cliënt naar jou kijken in plaats van naar zichzelf. Dat is prettig voor je ego en slecht voor het resultaat.
Waarom werkt sturen op regels niet op de lange termijn? Daarvoor moet je bij de zelfdeterminatietheorie zijn (van Deci en Ryan). Die stelt dat duurzame, intrinsieke motivatie rust op drie psychologische basisbehoeften:
Voed je die drie, dan bouw je motivatie die van de cliënt zelf is. Sla je ze over en stuur je puur op regels, dan ondermijn je ze juist. Een cliënt die alleen doet wat jij zegt, ervaart geen autonomie en geen competentie. Hij ervaart controle. En op controle houdt niemand het jaren vol.
Het respecteren van autonomie betekent niet dat je je cliënt maar wat laat aanrommelen. Het betekent dat je begeleidt en ondersteunt in plaats van beslissingen afdwingt. Overweegt iemand een streng dieet dat niet bij zijn leven past, dan zeg je niet "doe dit niet". Je onderzoekt samen de voor- en nadelen en helpt hem tot een eigen, weloverwogen keuze te komen. Die keuze blijft plakken, want het is de zijne.
Autonome motivatie krijg je niet met betere regels, maar met betere vragen. Drie die bijna altijd werken:
De kunst zit in het volgende: laat je cliënt vaker zelf nadenken voordat jij antwoord geeft. Het doel is niet per se een andere actie. Het doel is dat je cliënt zelf leert redeneren en het zelfvertrouwen opbouwt dat het gaat lukken. Dat is coachen op competentie en autonomie tegelijk. En als je het goed doet, hoor je vanzelf minder appjes met "wat moet ik nu?".
Dezelfde denkfout zie je bij doelen stellen. SMART-doelen (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden) zijn een prima startpunt: ze geven structuur, en voor eenvoudig, afgebakend gedrag zoals een trainingsschema werken ze goed. Hun beperking is dat ze vooral vastleggen wat er moet gebeuren, niet waarom. En bij voeding en leefstijl is juist dat waarom wat iemand volhoudt.
Voor complexe gedragsverandering rond voeding en leefstijl heb je methoden nodig die het doel verbinden aan de persoon:
De rode draad is steeds dezelfde: verbind het doel aan autonomie, competentie en verbondenheid, anders ondermijn je de motivatie die je juist wilt aanwakkeren. Een doel dat je cliënt herkent als iets van hemzelf, houdt hij vol. Een doel dat jij hebt opgelegd, laat hij vallen zodra het ongemakkelijk wordt.
Coachen op motivatie klinkt zacht, maar het is een vak met onderbouwing. Het is het verschil tussen een cliënt die drie maanden je regels volgt en een cliënt die over twee jaar nog steeds zelf de juiste keuzes maakt. Het eerste voelt als scoren. Het tweede is echt gedrag veranderen, en dat is waar je impact zit, buiten de gym.
Dit zit niet in een handjevol trucjes. Het zit in begrijpen hoe motivatie werkt, hoe je doelen verbindt aan waarden, en hoe je een cliënt zelfstandig maakt in plaats van afhankelijk. Dat is precies het soort diepgang waar een goede opleiding tot voedingscoach op traint, en waar hetzelfde principe trouwens net zo hard geldt voor wie personal trainer wordt.
De volgende keer dat een cliënt vraagt "wat moet ik nu doen?", is de beste zet niet om het antwoord te geven. Het is om terug te vragen: "Wat zou jij hier zelf doen?" Daar begint duurzame verandering.
Voedingsadvies op basis van wetenschap, zonder dogma's.
Dit artikel hoort bij deze gidsen
Internist-endocrinoloog Diederik Smit over peptiden: waarom het woord niets zegt, welke vier groepen er zijn en wat je doet met een cliënt op GLP-1.
Slaapkwaliteit beoordelen doe je niet op uren alleen. Waarom regelmaat zwaarder weegt, en wat je in de intake vraagt.
Koolhydraten niet essentieel zijn om te overleven, maar spelen wel een belangrijke rol spelen bij spiergroei, kracht, duurtraining en vetverlies.