Strongman is de meest functionele sport
Strongman is meer dan vrachtwagens trekken. Luister wat ‘functioneel’ trainen werkelijk betekent voor strongman-atleet en coach Yoëll Blom.
In deze aflevering
De stelling die op tafel ligt is dat strongman de meest functionele krachtsport is. Yoëll Blom, drie keer de sterkste man van Nederland en derde van de wereld in zijn klasse tot 105 kilo, is het daar meteen mee eens. Wat volgt is anderhalf uur waarin de sport het startpunt is en het gesprek daarna alle kanten op gaat: van trainingsleer en techniek naar voeding, vervuiling, doping en de vraag waarom de een wel klachten krijgt en de ander niet.
Van tv-show naar sport
Strongman begon veertig, vijfenveertig jaar geleden als televisieprogramma en heeft nog altijd die erfenis. De wortels liggen verder terug, bij de krachtmannen die in kroegen en op kermissen zware dingen tilden omdat mensen ervoor betaalden om te kijken. Er bestonden toen nog geen barbells, dus werd er getild met wat er lag, en dat is precies wat de sport nog steeds doet. Sinds een jaar of tien groeit hij vooral in de breedte: meer gestandaardiseerde regels, meer deelnemers, meer kampioenschappen en veel meer gewichtsklassen. Een wedstrijd bestaat uit vijf tot acht onderdelen, verdeeld over een tot drie dagen, waarin je binnen een tijdslimiet zo zwaar, zo ver, zo vaak of zo snel mogelijk moet tillen, dragen of trekken.
Die onderdelen liggen niet vast. Yoëll schreef in de week voor de opname vier wedstrijdprogramma's: één wedstrijd had twee overhead-onderdelen, één had er geen, één had geen enkel gripoderdeel en één had er drie. Dat geeft telkens een andere focus, en hij ziet zijn atleten daardoor ook fysiek anders ontwikkelen, afhankelijk van de wedstrijden die eraan komen.
Waarom hij de stelling onderschrijft
Volgens Yoëll test de sport bijna elke krachtkwaliteit die een mens kan hebben. Je moet ver kunnen lopen met gewicht, maximaal kunnen tillen en iets zo vaak mogelijk kunnen herhalen, en dat allemaal op dezelfde dag.
"Als je kijkt naar de krachtkwaliteiten die een mens kan bevatten, is de enige die niet wordt getest in onze sport long endurance."
Onderdelen duren zelden langer dan drie minuten, dus langdurig aeroob vermogen valt buiten de boot. Tegelijk duurt een wedstrijddag al snel acht uur, waardoor het totale volume hoog ligt en de basisconditie er bij een getrainde strongman vanzelf in zit.
De lichte klassen zijn interessanter dan wat op tv komt
Op televisie zie je de zwaargewichten, en dat is volgens Yoëll een kwestie van geld en kijkcijfers. In Nederland wordt de open klasse uitgezonden en de klasse tot 105 kilo niet. Zelf vindt hij de klassen tot 80, 90 en 105 kilo spectaculairder, omdat de niveaus dichter bij elkaar liggen, en hij wijst erop dat een groot deel van de wereldbevolking simpelweg te licht is voor de open klasse.
Absolute cijfers blijven wat ze zijn, zegt hij: het wereldrecord deadlift is een absoluut getal en daar helpt geen enkele omrekening aan. Maar pound for pound vindt hij het indrukwekkender als iemand twee keer zijn lichaamsgewicht boven zijn hoofd drukt dan één keer, ook al staat er dezelfde 180 kilo op de stang. Als voorbeeld noemt hij een teamgenoot in de klasse tot 90 kilo die op dat moment 410 kilo deadlift voor een dubbel en op 425 mikt, wat hem tientallen kilo's onder het absolute wereldrecord zet terwijl hij half zoveel weegt als de zwaargewichten. Bij de natural dames tot 57 kilo zit iemand tegen een dubbel lichaamsgewicht boven het hoofd, een getal waar mannen in de klasse tot 105 kilo nog naar jagen.
Broscience, wetenschap en wat daar tussenin zit
Een groot deel van het gesprek gaat over de vraag waar je je kennis vandaan haalt. Yoëll stelt dat broscience in zijn sport vooruitloopt op de reguliere wetenschap. Alles wat algemeen werkt, werkt algemeen, zegt hij, maar dat betekent niet dat je in een individueel geval geen dingen voor elkaar krijgt die algemeen gezien onmogelijk lijken. In een sport waarin de mensen aan de top per definitie uitzonderingen zijn, heeft een gemiddelde uit een onderzoek maar beperkte waarde.
De host brengt daar de gebruikelijke tegenwerping tegenin: zonder begrip van het onderliggende mechanisme wordt het wilde gokkerij. Yoëll gaat daarin mee en draait het om. Wetenschap toetst volgens hem of het principe klopt dat iemand in de praktijk al toepaste, en op de lange termijn houdt dat altijd stand.
Zijn voorbeeld is de energiebalans. Op lange termijn klopt calorie in tegenover calorie uit gewoon. Op korte termijn is er veel te manipuleren met vochthuishouding, glycogeen en vertering, waardoor iemand lichter kan zijn dan een dag eerder terwijl hij meer at dan hij verbrandde. Ook de aanname dat een gram vet negen calorieën levert noemt hij een rekenmodel: handig voor etiketten, maar een MCT-olie en een verzadigd vet uit rood vlees gedragen zich niet hetzelfde.
Hetzelfde geldt voor nuchter cardio. Onderzoek laat zien dat het lichaam later op de dag compenseert, maar bij een atleet die zijn stappen, maaltijden en trainingen strak aanhoudt, gebeurt die compensatie niet. Onder die voorwaarden, zegt hij, kun je lichaamssamenstelling verbeteren zonder aan de calorieën te draaien. Hij plakt er meteen een waarschuwing bij: dit geldt voor een fractie van de mensen, en alleen als slaap, stress, hormonen en spijsvertering al kloppen.
Voeding: eerst de basis, dan de details
Bij voeding begint hij bij micronutriënten. Hij raadt iedereen aan om drie dagen bij te houden in een app als Cronometer met een geverifieerde database, om te zien waar je werkelijk zit. Bij zijn eigen coaching is het maximaliseren van micro's een van de eerste dingen die hij aanpakt.
Over kwaliteit is hij nuchterder dan je zou verwachten. Hij ziet de voedingswaarde van gewassen achteruitgaan door uitputting van de bodem, en is kritisch over de aanname dat groente bij de lokale boer per definitie beter is, omdat vervuiling in de grond zit en niet in het verkoopkanaal. Maar hij vindt ook dat mensen daar veel te vroeg over gaan piekeren.
"Laten we nou eerst gewoon fatsoenlijk eten en niet zoiets laags als 250 gram groente pakken, maar richting die halve kilo of meer gaan per dag."
Voeding hoort volgens hem te voeden en niet in de eerste plaats leuk te zijn. Tegelijk weegt hij de thuissituatie zwaar mee bij het maken van een plan, want als het eten van de een het gezin onder druk zet, houdt niemand het vol. Voeding is een kwestie van maanden, niet van dagen.
Beginnen met strongman
Wie de sport wil proberen moet volgens Yoëll vooral de community opzoeken. Strongman heeft in Nederland geen bond en geen rijke organisatie die de sport bezit, en dat bevalt de deelnemers prima: er is geen bestuur dat de sport een kant op stuurt die de atleten niet willen.
Hij schat dat er tussen de tien en twintig locaties in Nederland zijn met strongman-materiaal, waarvan er een stuk of vijf goed uitgerust. Dat het er niet meer zijn komt door de kosten en de ruimte: voor één onderdeel heb je soms dertig vierkante meter nodig, en die heeft een gewone gym niet vrij. Zandzakken zijn een goed startpunt, en een log of farmers walk handles zie je inmiddels ook in veel crossfit-gyms.
De klassieke week ziet er volgens hem zo uit: drie dagen in de gym rond press, squat en deadlift, en op zaterdag of zondag naar een locatie met materiaal om onderdelen te draaien, wekelijks wisselend tussen bijvoorbeeld yoke, farmers en husafell. Een sessie bouwt hij op als voorbereiding, een hoofdoefening, een variatie daarop, opbouwend werk zoals hypertrofie en schouder- of heupstabiliteit, en tot slot conditiewerk. Aan één periodiseringsmodel wil hij zich niet binden.
De fouten die hij het vaakst ziet
De eerste noemt hij jagen: gewicht blijven toevoegen terwijl de techniek al niet meer klopt. "Je hebt het nog niet verdiend."
De tweede komt door de aard van de sport. Omdat je objecten verplaatst die telkens anders gevormd zijn, is er geen standaardtechniek en nodigt het uit tot bewegingsvariatie. Dat is een voordeel: powerlifters die bij hem stenen komen tillen krijgen een betere deadlift, omdat ze niet alleen in dat ene hoekje trainen maar in alle posities eromheen. Het is ook een risico, want je kunt er ontzettend lelijk mee tillen.
De term die hij daarvoor gebruikt is joint dissociation: kun je het ene gewricht gebruiken zonder het andere mee te nemen. Zijn voorbeeld is een bankdrukbeweging waarbij de stang omhoog gaat via de ribben en de kin in plaats van via de borst. De bar beweegt, de borstspier heeft weinig gedaan. Zonder standaardtechniek val je terug op principes: stabiliseer je onderrug, zoek een goede positie en bouw van daaruit op.
Daaruit volgt ook zijn onderscheid tussen trainen en presteren.
"Een maximale prestatie is het maximale halen uit de middelen die je op dat moment hebt. Trainen is het vergroten van die middelen."
Op een wedstrijd krijg je punten voor een gehaalde lift, niet voor een mooie. Een deadlift met een bolle rug die net over de knie komt telt gewoon. Dezelfde herhaling in je trainingsweek is geen goede lift, want je lichaam leert wat je het aanbiedt.
Compensatie, structuur en functie
Elke sport creëert gaten, zegt Yoëll, en die moet je zelf dichten. Voor zijn laatste wereldkampioenschap zaten er zes onderdelen in waarbij hij iets voor zich uit droeg, dus stond er elders in de week bewust werk in de tegenovergestelde positie. Wie alleen maar events traint, loopt vroeg of laat tegen een muur.
Over de prijs van topsport is hij eerlijk. Nadal heeft een asymmetrisch lichaam omdat de sport dat vraagt, en dat is een gewenste adaptatie met een rekening erbij. De host vat het samen als: je fietst de Tour de France niet voor je conditie. Yoëll noemt het krom dat zijn eigen visie op trainen ondanks de topsport eigenlijk vooral algemeen is, alleen met hoge standaarden.
Het laatste deel gaat over structuur tegenover functie. Een van de betere deadlifters ter wereld heeft een scoliose en geen klachten. Yoëll heeft zelf een bovenrug waar hij dertien jaar aan werkt zonder dat de vorm veel veranderde, terwijl wat hij ermee kan enorm is veranderd. Zijn conclusie is dat afwijken van de norm niet hetzelfde is als klachten hebben, en dat je functies moet blijven trainen ook als je aanleg minder is.
Tegelijk waarschuwt hij voor tunnelvisie. Bij aspecifieke lage rugklachten zijn er honderden factoren denkbaar en heeft maar een deel daarvan met kracht te maken. Hij ziet mensen die jarenlang voor hun schouder naar de fysio gaan terwijl de keten onderin, tot aan een ingeklapte voet, het probleem in stand houdt. Het lichaam is volgens hem geen machine die slijt, maar een adapterend mechanisme dat leert wat je het aanbiedt, of dat nu een training is of jarenlang scheef achter een kar staan.
Waar hij op uitkomt
Zijn coachingstijl vat hij samen als: de zwakste schakel breekt de ketting. Zoek die schakel en pak hem hard aan, of dat nu zwakke bilspieren zijn, slecht slapen of het simpele feit dat iemand de gym niet in komt. Voor dat laatste heeft hij een concreet advies: neem je sporttas mee, dan moet je bewust de keuze maken om hem weer mee terug naar huis te nemen.
Hij laat het aan zijn eigen tijdlijn zien. Pas in het tweede jaar stopte hij met drinken, pas in het derde of vierde kwam er een voedingsdeskundige bij. Alles is geschaald naar hoeveel tijd, geld en moeite hij er op dat moment in kon steken.
"Is het nu twijfelen over pesticiden in groente, of is het gewoon überhaupt die groente al scoren?"
Dat is ook zijn antwoord op de jonge lifters die zich afvragen welk peptide ze nodig hebben of een oefening te veel vermoeidheid oplevert. Twintig procent van de moeite levert tachtig procent van het resultaat, en de complexe details worden pas interessant als de basis er staat: een paar sessies per week die je herhaalt en langzaam verbetert, genoeg eiwit, genoeg groente en genoeg slaap. Staat dat een maand of twee, dan mag er een moeilijkheidsgraad bij.
Milo Personal Trainer Opleiding
Niet zomaar een diploma, maar een bewijs van échte expertise.
Milo Voedingscoach Opleiding
Voedingsadvies op basis van wetenschap, zonder dogma's.
Lees ook
Milo x TrainMore - Personal Trainer Career Day
Overweeg jij een carrièreswitch naar de fitness — of ben je al bezig en zoek je inspiratie? Kom naar de Personal Trainer Career Day.
De complete coach: personal trainer én voedingscoach
In de gym stuur je op training, daarbuiten op gedrag. Waarom de coaches die het verschil maken beide vakken beheersen, en waar je begint.
Personal trainer thuisstudie: wat kan wel en wat niet
Personal trainer worden via thuisstudie? Wat je thuis prima leert, waar het stopt, en waarom je het vak pas echt leert op de vloer.